homejacking
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhomdʒɛkɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het stelen van een auto door in het huis van de eigenaars de autosleutels te rovenDe Belgische politie heeft vrijdag de crimineel Aza Petrovic opgepakt. De man uit voormalig Joegoslavië, bijgenaamd De Dwerg, werd vorig jaar bij verstek veroordeeld tot zes jaar cel voor een zogenoemde homejacking. Reformatorisch Dagblad 07-04-2017 [https://www.rd.nl/vandaag/buitenland/belgi%C3%AB-pakt-gezochte-dwergcrimineel-op-1.1391482 België pakt gezochte ‘dwergcrimineel’ op]Zemmouri werd in juli 2016 veroordeeld tot veertig maanden voorwaardelijk voor zijn betrokkenheid bij een geplande homejacking (diefstal van een auto na inbraak in de woning voor de autosleutels) in 2015. Reformatorisch Dagblad 13-01-2017 [https://www.rd.nl/vandaag/buitenland/belg-klaagt-staat-aan-wegens-foltering-1.1366375 Belg klaagt staat aan wegens foltering]
Etymologie
* uit het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek