hoempapamuziek
vrouwelijk (de)/ˈhumpapamyˌzik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- feestelijke carnavalsmuziek met koperen blaasinstrumentenEen blaasorkest speelde hoempapamuziek op het plein, het was moeilijk om je een Duitser zaterdagmiddagvermaak voor te stellen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek