hoempapamuziek

vrouwelijk (de)/ˈhumpapamyˌzik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. feestelijke carnavalsmuziek met koperen blaasinstrumenten
    Een blaasorkest speelde hoempapamuziek op het plein, het was moeilijk om je een Duitser zaterdagmiddagvermaak voor te stellen.