hoekigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het scherpe hoeken hebben
  2. van een persoon dat deze weinig meegaand of makkelijk is
    Met hun gewone hoekigheid schopten zij hun dienstkistjes voor zich uit, stram zwaaiend met hun armen, en Roxane had zichtbaar moeite dit marstempo bij te benen met haar korte pootjes.

Etymologie

* afleiding van hoekig

Vertalingen

Engelsangularity