hobo

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) een orkestinstrument, behoort tot de houtblazers, het wordt met een dubbelriet aangeblazen
  2. iemand die een zwervend bestaan leidt

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘blaasinstrument’ voor het eerst aangetroffen in 1714

Vertalingen

Engelsoboe
Franshautbois
DuitsOboe
Spaansoboe
Italiaansoboe
Portugeesoboé
Poolsobój
Zweedsoboe