hittebron

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhɪteˌbrɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. De bron van warmte die gebruikt wordt bij processen zoals koken en elektriciteitsopwekking
    Het koken van jam gaat het best in een pan die naar onderen toe enigszins taps toeloopt zodat de bodem van de pan in verhouding is met de grootte van de hittebron maar het oppervlak veel groter zodat het inkoken van de jam vlot kan verlopen. NRC Florine Boucher 5 juli 2002
    Hoewel veel mensen tegenwoordig op elektriciteit koken, gebruik ik nog steeds gas als hittebron.