hinken

/ˈhɪŋkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) ongelijk lopen omdat men slechts op één been steunen kan
    Hij verzwikte zijn voet en heeft daarna een beetje gehinkt, maar het bleek niet ernstig.
  2. erga (erga) ergens slechts op één been heen gaan
    De kinderen zijn van de ene kant van het pad naar het andere gehinkt.

Etymologie

*van Middelnederlands """, in de betekenis van ‘mank gaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1301

Uitdrukkingen

  • op twee gedachten hinken

Vertalingen

Engelslimp
Fransboiter
Duitshinken
Poolsutykać