hinderpaal
mannelijk (de)/ˈhɪndərˌpal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een paal die in de weg staat
- (figuurlijk) iets of iemand die een belemmering vormt bij het bereiken van een bepaald doelDe fabrieken die de ruwe materialen verwerkten tot eindproducten, werden aangedreven door enorme waterraden, waardoor ze afhankelijk waren van, tja, water. Net als bijzonder veel of bijzonder weinig wind op zee, betekende een bijzondere droge of juist natte periode dat de werktijden in de textiel-, meel- en suikerfabrieken moesten worden aangepast — een steeds grotere hinderpaal, nu de markten groter en meer wereldomvattend werden.{{Aut|Klein, NaomiVan Doesburg voelde zich door de beroepsarchitect Van Eesteren verraden en haastte zich te verklaren dat hij diens opleiding 'altijd min of meer als een hinderpaal had gezien 'om tot zuiver architectonische beelding te komen'. Als De Stijl niet altijd al de banier was geweest van gelegenheidscoalities onder de dictatuur van Van Doesburg, dan nu zeker.{{Aut|Hanssen, Léon
Vertalingen
Engelshindrance, impediment, obstacle
Spaansestorbo, impedimento
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek