hiken

/ˈhɑjkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. wandeltocht met tent en rugzak over onverharde paden door de wilde natuur
    Als kampeerliefhebber begon hij met de tipiverhuur en dat bleek een goede greep. Al kiest hij zelf eerder voor het echte werk: hiken met de backpack op de rug, het liefst in de bergen, licht bepakt, en dus een klein tentje mee, back to basics.
    De bestemming is volgens de melkveehouder een romantisch plekje in het noord van Amerika. "Onder Quebec, in de States, daar ergens", laat hij doorschemeren. Nicole boekte het tripje. Riks: "Zo’n huisje middenin de natuur waar je mooi kunt hiken en rondkijken. Niet te veel mensen, we willen geen drukte."

Etymologie

*uit het Engels