het
/ət/
Betekenis
voornaamwoord
- 3e persoon enkelvoud onzijdig.Het leger zegt dat het de situatie onder controle heeft, maar dat blijkt niet helemaal te kloppen.
voornaamwoord
- 3e persoon enkelvoud onzijdigHet regent al de hele dag.
lidwoord
- een bepaald lidwoord, wordt gebruikt voor onzijdige bepaalde zelfstandige naamwoorden en voor alle verkleinwoorden in het enkelvoud. Het geeft een specifieke persoon of ding aan: Het boek; het meisjeHet leger zegt dat het de situatie onder controle heeft, maar dat blijkt niet helemaal te kloppen.
Etymologie
: : het (Oudfries: hit)
Uitdrukkingen
- al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding
- het is aan
- het koste wat het kost
- het niet lang meer trekken
- het niet trekken
- koste wat het kost
- aan het hart laten komen
- aan het klokzeel hangen
Vertalingen
Engelsit, it, the
Fransle, la, il
Duitses, es, das
Spaansello, le, lo
Italiaansesso, essa, lo
Portugeesele, ela, isso
Russischон, она, оно
Chinees它, 之
Japansそれ
Koreaans그것
Arabischهو, هي
Turkso
Poolsono, to
Zweedsden, det
Deensdet
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek