hét

/hɛt/

Betekenis

lidwoord
  1. bij uitstek het, het alle kenmerkende eigenschappen uitzonderlijk sterk bezittend
    Het verschijnen van builen is hét bewijs dat er pest en geen andere besmettelijke ziekte in het spel is.
  2. het standaard, het doorsnee (vaak ontkennend gebruikt om verscheidenheid te benadrukken)
    (...) zodra de beoordeling van boeken door kinderen ter sprake komt, is er wel iemand die opmerkt dat hét kind niet bestaat (...)

Etymologie

*van "het" (uitspraak: /ət/) met nadruk en beklemtoond uitgesproken