hertz

mannelijk (de)/hɛrts/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde, eenheid (natuurkunde), (eenheid) de SI-eenheid voor frequentie van trillingen, weergegeven met symbool Hz
    De frequentie van de trilling op de oscilloscoop was 25 hertz (dus 25 trillingen per seconde).

Etymologie

*(eponiem): gernoemd naar de Duitse natuurkundige , in de betekenis van ‘eenheid van trillingen’ voor het eerst aangetroffen in 1948

Vertalingen

Engelshertz
Franshertz
DuitsHertz
Spaanshercio
Italiaanshertz
Portugeeshertz
Russischгерц
Chinees赫兹
Japansヘルツ
Koreaans헤르츠
Arabischهرتز
Turkshertz
Poolsherc
Zweedshertz
Deenshertz