hengelaar

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. visserij (visserij) iemand die met behulp van een hengel vis tracht te vangen
    Dit is een favoriete stek voor hengelaars.
  2. beroep (beroep) technicus in een tv-studio die de camera en/of microfoon met een 'hengel' op de juiste plaats brengt

Etymologie

* van hengelen

Vertalingen

Engelsangler