Hellehond

mannelijk (de)/ˈhɛləˌhɔnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mythologie, folklore (mythologie) (folklore) mythisch wezen dat de toegang tot de onderwereld bewaakt en onheil brengt
    Het verschijnen van de hellehond was een slecht voorteken. Nu is de hellehond het symbool van De Lutte en zijn er jaarlijks de hellehondsdagen.
  2. figuurlijk (figuurlijk) bijtgrage, agressieve hond
    Maar knallen hoort erbij, toen en nu. Al heb ik geen enkel begrip voor idioten die vuurwerk gooien naar mensen of dieren. Dan mag een geschrokken Bello zich ontpoppen tot een hellehond die de dader in zijn eigen sterretje bijt.

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "hellehont" van Oudnederlands "hellahunt", op te vatten als