heler

mannelijk (de)/ˈhelər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die bereid is om gestolen goederen op te kopen
    Ook de heler werd gearresteerd.
  2. beroep (beroep) iemand die de gezondheid van anderen herstelt of althans behandelt
    Hij stond wijd en zijd als heler bekend.

Etymologie

*afgeleid van helen

Vertalingen

DuitsHehler, Heiler
Spaansperista