hel
mannelijk/vrouwelijk (de)/hɛl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (christendom, islam) toestand van straf en afwezigheid van God waar de zielen van verstokt zondige, verdoemde mensen zich na de dood in bevinden"In doodzonde sterven zonder er berouw over gehad te hebben en zonder Gods barmhartige liefde te aanvaarden betekent uit eigen vrije keuze voor altijd van Hem gescheiden blijven. En het is deze staat van het zichzelf definitief uitsluiten van de gemeenschap met God en de gelukzaligen die men aanduidt met het woord “hel”."Catechismus van de Katholieke Kerk, punt 1033De hel is in de islam een plaats voor eeuwige vernedering en bestraffing voor ongelovigen
- (religie) (christendom) de onderwereld of toestand van de zielen van alle gestorvenen vóór de verlossing van Christus, die verstoken waren van het zicht van God .
- (figuurlijk) verschrikkelijke plek of toestandHet leven in onzekerheid of ik wel zou genezen was een hel.Als de verwarming het niet doet is de winter in Noord-Finland een hel.
Etymologie
#intensief licht uitstralend (van kleuren etc.)
Uitdrukkingen
- iets voor de poorten van de hel wegslepen — zorgen dat iets met heel veel moeite en op het laatste moment toch lukt terwijl het daarvoor dreigde te mislukken
- De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens — veel goede voornemens hebben zonder ze daadwerkelijk uit te voeren
- Het is kermis in de hel.
- De hel is losgebroken.
- Het is hier zo donker als de hel.
Vertalingen
Engelshell, bright, clear
Fransenfer
DuitsHölle
Spaansinfierno, claro, luminoso
Italiaansinferno
Russischад
Japans地獄
Poolspiekło
Zweedshelvete
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek