heiligen

/ˈhɛiləɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. heilig verklaren, eren, behandelen als een heilige
    Want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE den sabbatdag, en heiligde denzelven. Exodus 20:11