heilige

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon die zonder zonden is; heel braaf persoon
    Met een vader als de onze en een zigeunerin als moeder - je hoeft tegenover mij echt niet te doen alsof je een heilige bent.
  2. religie (religie) (in de Rooms-Katholieke Kerk) persoon die heilig verklaard is door de paus
    Heiligen zijn vooral in de Rooms-Katholieke Kerk van zeer groot belang, in de Protestantse Kerk zijn ze minder belangrijk.
    Heb je ooit van de heilige Rufina gehoord?' 'Nee.
    De deugden en eigenschappen van deze tweede Nicolaas heeft men echter overgedragen op de eerste en die werd toen de heilige Nicolaas.

Etymologie

*afgeleid van "heilig" met de uitgang -e

Vertalingen

Engelssaint
SpaansSan, Santa, Santo