havo

onzijdig (het)/ˈhavo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs, letterwoord, afkorting (onderwijs), (letterwoord), (afkorting) de afkorting voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, een Nederlandse onderwijsvorm na de lagere school
    Hij volgt al drie jaar havo.
zelfstandig naamwoord
  1. een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs
    Ik heb op een havo gezeten.