hartklep

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhɑrtklɛp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) hartweefsel in de vorm van een vlies dat samengetrokken door een spiertje terugstromen van het verder gepompte bloed tegengaat
    Ik weet ongeveer wat er aan de hand is: een hartklep die niet goed sluit, dus ik neem nauwkeurig mijn pillen en meld mij ieder half jaar bij de poli cardiologie.
  2. techniek (techniek) doorlaatbare afsluiting onderin een pomp die het terugstromen van de opgepompte vloeistof verhindert
    De hartklep wordt omwikkeld met hennep en dat hennep werd vroeger met potvet ingesmeerd, zodat de klep goed sloot.

Vertalingen

Engelsheart valve, check valve
Fransvalve cardiaque
DuitsHerzklappe, Einlassventil