handvol

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhɑntfɔl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zo veel als in een hand past
    Een handvol zaad is genoeg voor een tuin vol bloemen.
  2. klein aantal
    In het begin waren het er een handvol, nu tientallen.
    De politie heeft een handvol tips ontvangen.
    Er is minder dan een handvol haarspeldbochten, maar de hellingsgraden slopen de eerste reserves uit de benen.

Vertalingen

Engelshandful, fistful