handtas

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mode (mode) tas [1] die men bij zich draagt voor het bergen van allerlei benodigdheden
    Ze droeg een handtas met draagriem over haar linkerschouder.[https://www.nieuwsblad.be/cnt/gl3j2qq5 Politie zoekt paar handige bankkaartdieven], Het Nieuwsblad
    Rond de in stijl overbeladen kersttafel in het appartement van oudoom Sverre ging het gesprek om te beginnen, dat was bijna onvermijdelijk, over kerst tegenwoordig en vroeger, over hoe de bedienden dapper hadden verdragen dat ze met de kerst moesten werken tegen een geringe vergoeding in de vorm van een niet al te eenvoudig kerstcadeau, een handtas, een zilveren armband, een vergulde broche.

Vertalingen

Franssacoche
Spaansbolsa, bolso