woorden
boek
Start
›
H
›
handspaak
handspaak
mannelijk/vrouwelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
Korte houten hefboom die werd gebruikt bij het verwerken van zware lasten, het bedienen van geschut, het draaien van spillen etc.
Verwante woorden
hand
hand in hand
hand-en-spandiensten
hand-out
hand-outs
handaandrijving
handafdruk
handafdrukken
handafsluiter
handafwasmiddel
handalfabet
handappel
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← handslagen
handspaken →