handelspartner

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel (handel) iemand met wie men handelsbetrekkingen onderhoudt
    Duitse media schrijven dat Erdogan het tijdens zijn bezoek aan Duitsland vooral over de economische betrekkingen tussen de twee landen zal willen hebben. Duitsland is een belangrijke handelspartner van Turkije, dat in een valutacrisis verkeert.