handelen
onzijdig (het)/ˈhɑndələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) iets doen, al of niet met de handen, optreden, gedragHet idee van het absurde houdt in dat ik moet handelen op basis van een geloof.En als ik dan naar die lieve kinders kijk, moet je daarvoor weer je best doen verder te leven en te handelen zoals papa het gewild zou hebben.Zij handelden daarin erg onzorgvuldig.
- (inerg) handel drijven' 'Waarom?' 'Omdat Maren thuiszit en van alles bedenkt, maar niets begrijpt van de nuances die bij het daadwerkelijke handelen komen kijken.De Nederlanders handelden met vele landen langs de kust van de Indische Oceaan.
zelfstandig naamwoord
- dat wat iets of iemand doet‘Ik heb vertrouwen in het handelen van de overheid. Ik heb desinfecterende handgel bij me, net als in de tijden dat ik uitgezonden was naar Afrika. Zelf ben ik niet zo bang voor het virus.
Etymologie
*Afkomstig van het Oudhoogduitse woord hantalôn.
Uitdrukkingen
- handelen over — als onderwerp hebben
Vertalingen
Engelsact, trade
Duitshandeln, handeln
Spaansobrar, actuar, comerciar
Zweedsagera
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek