handbalster
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouw die handbal speelt"We zijn zo'n goede mix van jong en oud. Ik besef het nog helemaal niet." De reactie van handbalster Kelly Dulfer na de WK-finale van Nederland tegen Spanje.We skypen met de oud-voetballer en de handbalster over hoe het coronavirus ook de sportwereld in zijn greep houdt.
- heel beroemde vrouwelijke handballer
Etymologie
* van handballen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek