halt
onzijdig (het)/hɑlt/
Betekenis
tussenwerpsel
- aansporing om te stoppenHalt! riep de politieagent.
- halt houden: stoppen, niet meer verder bewegenVoor het bordes hielden de vijf Roodhoofden halt. {{Aut|Herzen, Frank
zelfstandig naamwoord
- een ~ toeroepen: laten stoppen, tot stilstand brengen (ook fig.)Is het nog mogelijk die beweging een halt toe te roepen?
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘tussenwerpsel: stop’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1673
Vertalingen
DuitsHalt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek