halte
vrouwelijk (de)/ˈhɑɫtə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een plaats waar gestopt wordtNa een korte halte gingen we verder met de reis.
- een plaats waar een bus of tram stoptOmdat hij vlak naast een halte woont, gaat hij vaak met de bus.We waren natuurlijk te laat en kwamen op het idee om te gaan zwartrijden in de trein vanuit Igelboda, het waren toch maar twee haltes voor Johan en drie voor mij.
- rustpuntHoewel deze terugkeer naar de kou en de duisternis een nuttige halte in zijn leven was geworden, stond zijn trein in het station voor onderhoud en om na te denken.
Etymologie
*afgeleid van het Franse halte [https://fr.wiktionary.org/wiki/halte Wiktionnaire]
Vertalingen
Engelsstop, bus stop
Franshalte, arrêt, arrêt d'autobus
DuitsHaltestelle, Bushaltestelle
Spaansparada, parada de autobús
Poolsprzystanek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek