halskraag

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een stijve koker die de nek stabiliseert als behandeling na een nektrauma
    Met een halskraag om zat hij naast Miriam in de taxi en probeerde zich een voorstelling te maken van wat hij zou aantreffen.
  2. kledingstuk dat om de hals wordt gedragen