hallo
/hɑˈlo/
Betekenis
tussenwerpsel
- groet
- uitroep waarbij men iemand naar de bekende weg vraagt'Ik neem aan dat je weet wat er is gebeurd tijdens de Holocaust?' 'Nou, Hannah, hallo, wat denk je zelf? Alsof ik dat niet zou weten,' zegt ze verontwaardigd.Jullie? Hallo?' Je kunt niet zeggen dat ik niet mijn best heb gedaan vandaag.
Etymologie
* Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘tussenwerpsel: uitroep en groet’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1909
Uitdrukkingen
- Ja hallo!
Vertalingen
Engelshello
Fransbonjour
Duitshallo
Spaanshola
Italiaansbuongiorno
Turksmerhaba
Poolscześć, hej
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek