halfslachtigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het iets niet met volle overtuiging doen; het niet goed kunnen besluiten tot ietsHet is het soort halfslachtigheid waarin men in Brugge - en grote delen van de voetbalwereld - uitblinkt. "Het is geen foute club, maar ze hebben een heel groot deel foute fans en daar durven ze niet tegenin te gaan", constateert columnist Vandeweghe.
Etymologie
* afleiding van halfslachtig
Vertalingen
Engelshalf-heartedness, indecision
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek