gut
/ɣʏt/
Betekenis
tussenwerpsel
- uitroep die lichte verbazing uitdruktGut, ik dacht dat je morgen zou komen.
- uitroep die licht medelijden uitdruktBen ik op jouw plaats gaan zitten? Gut, dat spijt me.
Etymologie
*bastaardvloek, afgeleid van God!, waarvan de betekenis geleidelijk verzwakt is
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek