gutsen
/ˈɣʏtsə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met een guts bewerkenDe gespleten stukken riet werden eerst gegutst en daarna begon het snijwerk.
- (erga) met grote golven naar buiten stromenHet bloed was al enige tijd uit de wond gegutst, voordat de arm afgebonden kon worden.
Etymologie
* In de betekenis van ‘in stromen neervloeien’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1659
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek