gunst
vrouwelijk (de)/ɣʏnst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrijwillig iemand ter wille te zijn door het verlenen van een dienst of goed, zonder dat de ontvanger er recht op heeft of dat de gever er toe verplicht isWil je mij een gunst doen en mij even helpen?Het was na al deze jaren nog steeds een gunst om hier alleen met haar te zitten, zo lang nadat hij in zijn jeugd heen en weer geworpen was tussen hoop en vrees. Niets had erop gewezen dat het mogelijk zou zijn.
Etymologie
* van gunnen
Vertalingen
Engelsfavor, favour
Spaansfavor, gracia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek