Grutto

mannelijk (de)/ˈxrʏto/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. steltloperachtigen (steltloperachtigen) bepaald soort weidevogel en een van de grootste steltlopers,

Etymologie

* In de betekenis van ‘steltloper’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1770

Vertalingen

EngelsBlack-tailed Godwit
Fransbarge à queue noire
DuitsUferschnepfe
Italiaanspittima reale
Poolsszlamik rycyk
Deensstor kobbersneppe