grutten
/ˈɣrʏtə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) mengsel van gebroken graankorrels. Er zijn grutten van boekweit, haver, gerst en rijst (gebroken rijst)
werkwoord
- (inerg) grutten maken
tussenwerpsel
- bastaardvloek die lichte schrik uitdrukt
Etymologie
*[werkwoord] grut
Uitdrukkingen
- goeie grutten — lieve help
- grote grutten — lieve help
Vertalingen
Engelsgrits
Fransgruau
DuitsGrütze
Spaansharina gruesa, sémola
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek