woorden
boek
Start
›
G
›
groepsvakantie
groepsvakantie
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
een vakantie die men viert met een aantal andere mensen die geen familieleden of vrienden zijn
Verwante woorden
Groede
groef
groefbeitel
groefde
groefden
groefjes
groefschaaf
groefschaven
groeft
groefverbinding
groei
groei-economie
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← groepsuitstap
groepsverband →