groenwieren
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (algen) een stam van organismen die verwant zijn aan de planten. Ze hebben met planten gemeen dat ze hetzelfde type bladgroen (chlorofyl a en b) hebben, hun chloroplasten thylakoïden bevatten, ze dezelfde pigmenten hebben, zetmeel als reservevoedsel gebruiken en de celwanden uit cellulose bestaan. Ze hebben daarentegen geen
Etymologie
* "groenwier" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek