groenvoer
onzijdig (het)/ˈɣruɱvur/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- plantendelen als veevoeder
- (schertsend) (voeding) groente
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘groene planten als voedsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1844
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek