groentepuree

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. warm gerecht van fijngestampte of gezeefde groente, waar meestal nog een zuivelproduct zoals melk aan is toegevoegd
    Op zich wel een prima beet in combinatie met een mooie lamskwaliteit, maar mijn haasje (let op het vlies, chef) moet watertrappelen, net als de bontgekleurde groentepuree. Op basis van de gerechtsprijs (23 euro): een rood cijfer voor dit witte, natte goud.
    De chef-kok levert variaties door voor aardappelen, wortelgroenten, bonen en erwten of groentepuree steeds vier verschillende bereidingsmogelijkheden te geven. Ook voor het inmaken van groenten heeft hij een aantal leuke ideeën.