groeisel
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- organisme dat gegroeid isEerst leek het nog een gelukkige ontdekking, die ene narcis in de tuin, nu zijn we er zeker van: de lente is in aantocht. Fluitende vogeltjes, de grond die uit z'n voegen lijkt te barsten van nieuw groeisel en bloeisel, een zacht briesje. Het kan ook jullie niet ontgaan zijn! De Telegraaf 25 feb. 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/993567/spotdelente-en-win-een-lentepakket #Spotdelente en win een lentepakket!]Johnson – hij is zijn mes helaas vergeten – leidt de gast rond over de smalle paadjes van het Sabaanse regenwoud. Door de vele Hollandse kamerplanten die hier opeens manshoge groeisels blijken te zijn, heeft de trip een hoog Erik of het klein insectenboek HP de Tijd BOUDEWIJN GEELS 14 MEI 2010 [https://www.hpdetijd.nl/2010-05-14/ook-op-saba-gaan-de-autos-nu-op-slot/ ook op Saba gaan de auto’s nu op slot]
Etymologie
* van groeien
Vertalingen
Engelsgrowth
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek