grit

onzijdig (het)/ɣrɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schelpengruis (bijv. als bijvoer voor kippen)
  2. gruis (van kleine steentjes) wat ter absorptie wordt gebruikt of om mee te zandstralen
zelfstandig naamwoord
  1. steltloperachtigen (steltloperachtigen) bepaald soort vogel,

Etymologie

* [B] uitspraakvariant van "griet" in streektalen