grijzigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets dat grijskleurig is
    Jaap zag Leentje en Gerard samen rijden, het rood der mouwen zwieren door de grijzigheid.
  2. iets dat heel saai en kleurloos is

Etymologie

*afleiding van grijzig