grijnslach

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een pijnlijke, hatelijke, satirische vertrekking van het gelaat die doet denken aan een glimlach
    Een bescheiden sprongetje, een grijnslachje. Jan Smeekens bedankt het publiek en denkt: fuck. Fuckfuckfuck. HP de Tijd FRANK HEINEN 10 FEB 2014 [https://www.hpdetijd.nl/2014-02-10/de-twaalf-duizendsten-van-jan-smeekens/ De twaalf duizendsten van Jan Smeekens]
    Kuzu heeft welbewust zijn eer te grabbel gegooid, hij zou zich moeten schamen. Maar doet dat niet. Hij geniet juist van zijn schaamteloosheid; zijn grijnslach bij elke zin die hij uitspreekt, is die van een slager die graag het rund uitbeent als het nog leeft. Het Parool THEODOR HOLMAN 15 NOVEMBER 2016 [https://www.parool.nl/opinie/kuzu-zong-niet-per-on-geluk-vals-maar-uit-berekening~a4415489/ Kuzu zong niet per ongeluk vals, maar uit berekening]

Vertalingen

Engelssmirk, sneer, grin