griezelen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) gevoelens van angst en afkeer ervarenZe griezelden van die aanblik van de duistere ruimte vol skeletten.
Etymologie
*Een frequentatieve vorm van het verouderde grijzen (gruwen) (verg. afgrijzen)
Vertalingen
Engelsshiver, shudder
Spaanstemblar, estremecerse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek