griel
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (steltloperachtigen) een steltloper uit de familieDe griel heeft een vrij dikke kop en opvallend grote ogen; deze nachtvogel was to 1958 broedvogel in het Nederlandse duingebied.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek