Granaat
mannelijk/vrouwelijk (de)/ɣraˈnat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (fruit) (verouderd) vrucht van{{ouds
- (militair) met springlading gevuld projectielBovenaan staat: ‘155H’. Die ‘155’ is de doorsnee van de granaat in millimeters, ook bekend als het kaliber. ‘H’ staat voor het artilleriestuk dat de granaat met een snelheid van duizend meter per seconde in zijn gekromde kogelbaan brengt: de houwitser.Boven hen trokken de granaten in twee richtingen strepen door de hemel en lieten de aarde tot in de loopgraven beven.
- halfedelsteen van het gelijknamige mineraal dat bestaat uit de hoekige kristallen van nesosilicatenDe meting van één granaat van de Gesp van Rijnsburg, in 1913 in een graf gevonden, gaf een heel andere grafiek te zien dan de andere.{{oudsVervolgens lieten ze het gesteente weer stollen, waardoor allerlei kleurrijke kristallen ontstonden waaronder het roze granaat.
Etymologie
**[4]: (verkorting) van "granaatboom"
Vertalingen
Engelsgrenade, garnet
Fransgrenade, grenat
DuitsGranate, Granat
Spaansgranate
Italiaansgranato
Portugeesgranada
Russischгранат
Chinees石榴石
Japans柘榴石
Koreaans석류석
Poolsgranat
Zweedsgranat
Deensgranat
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek