grammaticus
mannelijk (de)/ɣrɑˈmatikʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die de spraakkunst bestudeert, iemand die schrijft over de wetmatigheden waarmee de uitingen in een taal worden gevormdMijn proefschrift uit 1990 ging onder andere over Apollonius Dyscolus, mijn ‘oude vriend’, een grammaticus uit de tweede eeuw die als eerste op basis van wetenschappelijke principes taal heeft beschreven.
Etymologie
*van Latijn "grammaticus"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek