gram

/ɣrɑm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde, eenheid (natuurkunde), (eenheid) een afgeleide eenheid voor massa (gewicht), éénduizendste van de SI-eenheid "kilogram" (0,001 kg), weergegeven met symbool g
    Een gram van een stof is ook op de maan een gram.
    In totaal scheelden deze multifunctionele stokken mij 350 gram aan gewicht.
  2. economie (economie) in het dagelijks gebruik een handelsmaat voor gewicht
    Een paar grammetjes is veel als het gif betreft.
  3. iets wat opgeschreven of anderszins geregisteerd is (grafein = schrijven), een grafische voorstelling, (->zie -gram of diagram)
zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) boosheid
    Hij verhaalde zijn gram op zijn kinderen.
  2. verouderd (verouderd) genoegdoening

Etymologie

* In de betekenis van ‘boos’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220

Uitdrukkingen

  • zijn gram halenafreageren, zijn woede koelen, genoegdoening verkrijgen, zich wreken

Vertalingen

Engelsgram
Fransgramme
DuitsGramm
Spaansgramo
Russischграмм
Turksgram
Poolsgram