gram
/ɣrɑm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde), (eenheid) een afgeleide eenheid voor massa (gewicht), éénduizendste van de SI-eenheid "kilogram" (0,001 kg), weergegeven met symbool gEen gram van een stof is ook op de maan een gram.In totaal scheelden deze multifunctionele stokken mij 350 gram aan gewicht.
- (economie) in het dagelijks gebruik een handelsmaat voor gewichtEen paar grammetjes is veel als het gif betreft.
- iets wat opgeschreven of anderszins geregisteerd is (grafein = schrijven), een grafische voorstelling, (->zie -gram of diagram)
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) boosheidHij verhaalde zijn gram op zijn kinderen.
- (verouderd) genoegdoening
Etymologie
* In de betekenis van ‘boos’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220
Uitdrukkingen
- zijn gram halen — afreageren, zijn woede koelen, genoegdoening verkrijgen, zich wreken
Vertalingen
Engelsgram
Fransgramme
DuitsGramm
Spaansgramo
Russischграмм
Turksgram
Poolsgram
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek