grabbel
mannelijk (de)/ˈɣrɑbəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- toestand waarin er door meer mensen wordt gegraaid
- (Suriname) vergruisd gesteente, dat voor het winnen van goud wordt uitgespoeld
Etymologie
*[2] leenvertaling van "gravel"
Uitdrukkingen
- Iets in de grabbel gooien, werpen — iets uitstrooien
- Iets te grabbel gooien — op een zo onvoorzichtige manier met iets omgaan dat het verloren gaat
- Zijn geld te grabbel gooien — geld verspillen
- Zijn eer, goede naam, fatsoen te grabbel gooien — zijn goede naam verliezen door onfatsoenlijke handelingen
- Te grabbel zijn — makkelijk te stelen, makkelijk te verdienen
- Te grabbel maken — een kaartspel in de war maken
- zich tot een grabbel zetten — zonder voorafgaand plan iets pakken of stelen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek