gegraai

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aanhoudend grijpen, verzamelen, pakken, roven en graaien
    Ruttes voorgangers Wim Kok (PvdA) en Jan Peter Balkenende (CDA) hekelden als minister-president het gegraai door de top van het bedrijfsleven. Beiden traden na hun vertrek uit het Torentje toe aan als toezichthouders bij ING. In die hoedanigheid keurden ze de salarisexplosie bij de Raad van Bestuur van de bank goed. Maar op die plek zal Rutte nooit terechtkomen, bezweert hij. „Het lijkt me verschrikkelijk.”de Telegraaf 09 mrt. 2018
    Op Social Media voer ik vaak (verhitte debatjes. Van de jokkende Sylvana tot aan de Metoo-hype. Van de vraag of we wel of geen asielzoekers moeten toelaten tot aan mijn stellingname dat het gegraai aan de onderkant van de samenleving groter is dan aan de bovenkant.de Telegraaf JERRY HELMERS 16 jan. 2018

Etymologie

* van graaien